Meten

Non-HDL-cholesterol uitgelegd

Non-HDL-cholesterol is de marker waarmee SCORE2 in Nederland rekent. Eenvoudig af te leiden uit een gewoon lipidenpaneel, en vaak nuttiger dan LDL alleen.

7 min lezen Laatst herzien:

Non-HDL-cholesterol is de hoeveelheid cholesterol in alle deeltjes die in je vaatwand kunnen blijven plakken. Je rekent het uit door HDL-cholesterol af te trekken van je totaal cholesterol. Wat overblijft, is non-HDL: het cholesterol in LDL, VLDL, IDL en Lp(a) opgeteld.

In de Nederlandse CVRM-richtlijn van het NHG is non-HDL geen nicheterm. Het is een kernmaat. Het rekenmodel SCORE2, waarmee huisartsen het tienjaarsrisico op hart- en vaatziekten inschatten, gebruikt sinds 2019 non-HDL als lipidenwaarde, niet langer de oude totaal/HDL-ratio.

Hoe je non-HDL berekent

De formule is simpel:

non-HDL = totaal cholesterol − HDL-cholesterol

Een rekenvoorbeeld in mmol/L: bij een totaal cholesterol van 6,2 en een HDL van 1,3 is non-HDL gelijk aan 4,9 mmol/L. Veel laboratoria rapporteren non-HDL inmiddels automatisch op je uitslag, maar als het niet vermeld staat kun je het zelf afleiden.

Wil je een berekening doen, gebruik dan onze non-HDL-rekentool. Daarin kun je ook tussen mmol/L en mg/dL schakelen.

Waarom non-HDL bestaat naast LDL

LDL-cholesterol meet wat er in LDL-deeltjes zit, maar mist de andere atherogene deeltjes. Bij iemand met hoge triglyceriden of een metabool profiel zit er ook flink wat cholesterol in VLDL- en remnant-deeltjes. Die worden in non-HDL meegeteld, in LDL niet.

In de praktijk betekent dat: bij normale LDL maar verhoogde non-HDL is er nog werk te doen. De extra atherogene last zit dan in andere deeltjes die niet in de LDL-meting zichtbaar zijn.

Streefwaarden in Nederland

Het NHG hanteert non-HDL-streefwaarden die ongeveer 0,8 mmol/L hoger liggen dan de overeenkomstige LDL-doelen, omdat non-HDL ook het cholesterol in VLDL en restanten meeneemt.

RisicoprofielLDL-doelnon-HDL-doel
Doorgemaakte hart- en vaatziekte tot en met 70 jaar< 1,8 mmol/L< 2,6 mmol/L
Verhoogd risico zonder doorgemaakte gebeurtenis< 2,6 mmol/L< 3,4 mmol/L

Deze waarden zijn richtgetallen uit de NHG-standaard CVRM. Je arts weegt bij behandelbeslissingen ook andere factoren mee zoals leeftijd, bloeddruk en familiegeschiedenis.

Wanneer non-HDL informatiever is dan LDL alleen

Drie situaties waarin non-HDL extra context geeft:

non-HDL versus ApoB

Beide kunnen de bredere atherogene last meten. Het verschil zit in wat er gemeten wordt: non-HDL meet cholesterolmassa in alle atherogene deeltjes, ApoB telt het aantal deeltjes. In studies komen beide markers vaak met vergelijkbare voorspelkracht naar voren. Voor de Nederlandse eerstelijn is non-HDL meestal de eerste keuze, omdat het zonder extra meting beschikbaar is. Bij discordantie tussen LDL en de klinische context kan ApoB extra zekerheid geven.

Voor een diepere vergelijking, zie ApoB versus LDL.

Wat NHG en ESC/EAS hierover zeggen

De Nederlandse NHG-standaard CVRM noemt non-HDL als gelijkwaardig aan LDL voor monitoring en behandelbeslissingen. De ESC/EAS-richtlijn 2019 en de focused update 2025 zien LDL als primaire behandeldoel, met non-HDL en ApoB als secundaire doelen, vooral bij verhoogd risico of metabole afwijkingen.

In de praktijk komen beide lijnen op hetzelfde uit: streef de LDL-grens, maar weeg non-HDL of ApoB mee als die op iets anders wijzen dan LDL alleen.

Verder lezen