ApoB versus LDL · wat is het verschil?

Twee getallen voor hetzelfde probleem, met verschillende klinische betekenis. Wanneer voegt ApoB iets toe en wanneer is LDL voldoende?

Illustratie van cholesterolhoudende deeltjes in het bloed: grote en kleine LDL-deeltjes met een ApoB-bandje en kleine HDL-deeltjes

ApoB versus LDL is de centrale vergelijking in moderne lipidologie. LDL-cholesterol meet de cholesterolmassa in LDL-deeltjes; ApoB telt het aantal atherogene deeltjes. In de meeste gevallen vertellen beide getallen hetzelfde verhaal. Bij een minderheid van de mensen lopen ze duidelijk uit elkaar, en juist daar wordt de keuze klinisch relevant.

In één tabel

MarkerWat het meetWelke deeltjesMethodiekEenheid
LDL-cholesterolMassa cholesterol in LDLAlleen LDLBerekening of directe metingmmol/L
ApoBAantal atherogene deeltjesLDL, VLDL, IDL, Lp(a)Immunoassayg/L
non-HDL-cholesterolMassa cholesterol in alle apoB-bevattende deeltjesLDL, VLDL, IDL, Lp(a)TC − HDLmmol/L

ApoB en non-HDL meten dezelfde brede atherogene last, maar de één telt deeltjes en de ander weegt cholesterol. In studies komen ze met vergelijkbare voorspelkracht naar voren.

Wanneer LDL voldoende is

Bij de meeste mensen met een normaal triglyceridenprofiel en zonder metabool syndroom of diabetes geven LDL en ApoB hetzelfde signaal. In zulke gevallen is LDL-cholesterol een prima primair behandeldoel. Een aanvullende ApoB-bepaling voegt dan weinig toe aan de keuze om wel of niet medicamenteus te behandelen.

Wanneer ApoB iets toevoegt

In een aantal situaties geeft ApoB een nauwkeuriger beeld dan LDL alleen:

  • Hoge triglyceriden. Bij triglyceriden boven 2 mmol/L wordt LDL met de standaard Friedewald-formule onderschat. ApoB heeft daar geen last van.
  • Diabetes type 2 en metabool syndroom. In deze profielen verschuift de cholesterol naar kleinere, dichtere deeltjes. LDL-cholesterol blijft dan misleidend laag, terwijl ApoB de werkelijke deeltjeslast laat zien.
  • Discordantie tussen LDL en het klinische beeld. Wanneer de risicoschatting niet klopt met de LDL-uitslag, kan ApoB de balans helpen kantelen.
  • Behandelmonitoring bij specifieke profielen. Sommige behandelaars gebruiken ApoB om residueel risico zichtbaar te maken bij patiënten die hun LDL-doel halen maar toch atherogene last houden.

Wat heet discordantie

Discordantie is het verschil tussen wat LDL en ApoB suggereren over iemands risico. Twee veelvoorkomende patronen:

  • LDL laag, ApoB hoog. Veel kleine, dichte deeltjes. Het risico is hoger dan LDL alleen suggereert. Vaak gekoppeld aan hoge triglyceriden of diabetes.
  • LDL hoog, ApoB normaal. Minder vaak. Grote, drijvende LDL-deeltjes met relatief veel cholesterol per deeltje. Het risico ligt eerder in lijn met ApoB dan met LDL.

In het tweede scenario is het beleid niet anders, maar het verklaart wel waarom een bekend hoog LDL bij sommige mensen niet gepaard gaat met de te verwachten klinische uitkomsten.

NHG versus ESC/EAS

De Nederlandse en internationale richtlijnen leggen het accent net iets anders.

NHG (Nederlandse huisartsenzorg): LDL en non-HDL zijn de primaire monitorings- en behandelmaten. Routinematige ApoB-meting wordt expliciet niet aanbevolen in de eerstelijn. ApoB kan wel diagnostisch nuttig zijn in bijzondere situaties.

ESC/EAS (Europees specialistisch): LDL blijft primair behandeldoel, maar non-HDL en ApoB worden genoemd als secundaire doelen met expliciete waarden per risicocategorie:

RisicoLDLnon-HDLApoB
Zeer hoog< 1,4 mmol/L< 2,2 mmol/L< 65 mg/dL
Hoog< 1,8 mmol/L< 2,6 mmol/L< 80 mg/dL
Matig< 2,6 mmol/L< 3,4 mmol/L< 100 mg/dL

Voor de meeste Nederlandse patiënten in de eerstelijn worden de NHG-streefwaarden gebruikt. ApoB komt in beeld bij specialistische beoordeling, bij erfelijke dyslipidemie of bij diagnostische onzekerheid.

In de praktijk: wanneer met je arts bespreken

Drie momenten waarop het zinvol kan zijn ApoB te bespreken:

  • Je hebt een verhoogd triglyceridengehalte en wil de werkelijke deeltjeslast begrijpen.
  • Je hebt een familiegeschiedenis van vroege hart- en vaatziekten en wil je risicoprofiel scherper hebben dan LDL alleen.
  • Je hebt een statine en haalt je LDL-doel, maar wil weten of er nog atherogene deeltjes resteren die niet uit LDL blijken.

In de meeste andere gevallen voegt ApoB voor de eerstelijnsbeslissing weinig toe. Een gewone lipidenpaneel met LDL en non-HDL is voldoende.

Verder lezen

Lees hierna Het verschil tussen LDL en ApoB ApoB telt het aantal atherogene cholesteroldeeltjes en geeft daarmee een nauwkeuriger beeld van je cardiovasculaire risico dan LDL-cholesterol alleen.

Reken het zelf uit

Meer over dit onderwerp

Begrippen

ApoB
Eiwit dat op elk atherogeen cholesteroldeeltje zit. Eén ApoB-meting telt al die deeltjes in één keer.
LDL-cholesterol
Cholesterol in 'low-density' deeltjes. Een LDL-meting bepaalt hoeveel cholesterol erin zit, niet hoeveel deeltjes je hebt.
non-HDL-cholesterol
Totaal cholesterol minus HDL. Omvat al het cholesterol in atherogene, apoB-bevattende deeltjes.
small dense LDL
Kleine, dichte LDL-deeltjes die makkelijker oxideren en in de vaatwand blijven hangen. Vaak bij hoge TG.
remnant-cholesterol
Cholesterol in triglyceride-rijke deeltjes en hun afbraakproducten. Berekend als TC − HDL − LDL.

Recent onderzoek

Alle studies →