Vergelijken

ApoB versus LDL — wat is het verschil?

Twee getallen voor hetzelfde probleem, met verschillende klinische betekenis. Wanneer voegt ApoB iets toe en wanneer is LDL voldoende?

7 min lezen Laatst herzien:

ApoB versus LDL is de centrale vergelijking in moderne lipidologie. LDL-cholesterol meet de cholesterolmassa in LDL-deeltjes; ApoB telt het aantal atherogene deeltjes. In de meeste gevallen vertellen beide getallen hetzelfde verhaal. Bij een minderheid van de mensen lopen ze duidelijk uit elkaar, en juist daar wordt de keuze klinisch relevant.

In één tabel

MarkerWat het meetWelke deeltjesMethodiekEenheid
LDL-cholesterolMassa cholesterol in LDLAlleen LDLBerekening of directe metingmmol/L
ApoBAantal atherogene deeltjesLDL, VLDL, IDL, Lp(a)Immunoassayg/L
non-HDL-cholesterolMassa cholesterol in alle apoB-bevattende deeltjesLDL, VLDL, IDL, Lp(a)TC − HDLmmol/L

ApoB en non-HDL meten dezelfde brede atherogene last, maar de één telt deeltjes en de ander weegt cholesterol. In studies komen ze met vergelijkbare voorspelkracht naar voren.

Wanneer LDL voldoende is

Bij de meeste mensen met een normaal triglyceridenprofiel en zonder metabool syndroom of diabetes geven LDL en ApoB hetzelfde signaal. In zulke gevallen is LDL-cholesterol een prima primair behandeldoel. Een aanvullende ApoB-bepaling voegt dan weinig toe aan de keuze om wel of niet medicamenteus te behandelen.

Wanneer ApoB iets toevoegt

In een aantal situaties geeft ApoB een nauwkeuriger beeld dan LDL alleen:

Wat heet discordantie

Discordantie is het verschil tussen wat LDL en ApoB suggereren over iemands risico. Twee veelvoorkomende patronen:

In het tweede scenario is het beleid niet anders, maar het verklaart wel waarom een bekend hoog LDL bij sommige mensen niet gepaard gaat met de te verwachten klinische uitkomsten.

NHG versus ESC/EAS

De Nederlandse en internationale richtlijnen leggen het accent net iets anders.

NHG (Nederlandse huisartsenzorg): LDL en non-HDL zijn de primaire monitorings- en behandelmaten. Routinematige ApoB-meting wordt expliciet niet aanbevolen in de eerstelijn. ApoB kan wel diagnostisch nuttig zijn in bijzondere situaties.

ESC/EAS (Europees specialistisch): LDL blijft primair behandeldoel, maar non-HDL en ApoB worden genoemd als secundaire doelen met expliciete waarden per risicocategorie:

RisicoLDLnon-HDLApoB
Zeer hoog< 1,4 mmol/L< 2,2 mmol/L< 65 mg/dL
Hoog< 1,8 mmol/L< 2,6 mmol/L< 80 mg/dL
Matig< 2,6 mmol/L< 3,4 mmol/L< 100 mg/dL

Voor de meeste Nederlandse patiënten in de eerstelijn worden de NHG-streefwaarden gebruikt. ApoB komt in beeld bij specialistische beoordeling, bij erfelijke dyslipidemie of bij diagnostische onzekerheid.

In de praktijk: wanneer met je arts bespreken

Drie momenten waarop het zinvol kan zijn ApoB te bespreken:

In de meeste andere gevallen voegt ApoB voor de eerstelijnsbeslissing weinig toe. Een gewone lipidenpaneel met LDL en non-HDL is voldoende.

Verder lezen