Hart- en vaatziekten in Nederland

Hart- en vaatziekten in Nederland: cijfers van het RIVM, de belangrijkste risicofactoren, en hoe SCORE2 het tienjaarsrisico in de huisartsenzorg inschat.

Illustratie van een bloedvat in doorsnede met plaque in de vaatwand en deeltjes in het bloed

Hart- en vaatziekten en het bijbehorende risico staan in Nederland al decennia in de top van doodsoorzaken. Volgens cijfers van het RIVM en het CBS overlijden er jaarlijks ongeveer veertigduizend mensen aan hart- en vaatziekten. Dat is meer dan één op de vier sterfgevallen. Tegelijk dalen deze cijfers gestaag, vooral door betere acute zorg en door medicatie en voorlichting.

De grootste risicofactoren

De factoren die in epidemiologische studies het zwaarst tellen, zijn:

  • Leeftijd en mannelijk geslacht. Niet beïnvloedbaar, maar wel relevant voor je arts om mee te wegen.
  • Hoge bloeddruk. Een van de meest kosteneffectieve dingen om te behandelen.
  • Roken. Stoppen verlaagt je risico binnen vijf jaar substantieel.
  • Cholesterol, met name LDL en ApoB. Zie het verschil tussen LDL en ApoB.
  • Diabetes type 2 en pre-diabetes.
  • Een familie met hart- en vaatziekte op jonge leeftijd.

Hoe artsen je risico inschatten

In Nederland gebruiken huisartsen de SCORE2-tabel. Die berekent op basis van leeftijd, geslacht, rookstatus, bloeddruk en non-HDL-cholesterol (zie non-HDL uitgelegd) een geschat risico op een fataal of niet-fataal hart-vaatevent in de komende tien jaar. Het is een schatting, geen voorspelling. Het is ook geen complete risicoinschatting: factoren als familiaire belasting, Lp(a), en een vroege diabetes worden er apart bij meegewogen.

Wat je ermee kunt

Een SCORE2-uitslag is een gespreksopener, geen diagnose. Voor de meeste mensen onder de 50 is het absolute risico laag, maar het is interessant om vroeg na te denken over je profiel, omdat aderverkalking decennia voor de eerste klacht begint. Voor mensen boven de 50 helpt SCORE2 om beslissingen over medicatie te onderbouwen.

Verder lezen

Een eenvoudige introductie zonder vakjargon staat op ApoB in eenvoudige taal. Wil je weten wat leefstijl wel en niet kan doen? Lees voeding, beweging en je ApoB. Voor de concrete getallen per marker (LDL, HDL, triglyceriden, non-HDL, ApoB), zie cholesterol streefwaarden. Voor de rol van hs-CRP als ontstekingsmarker bij hartrisico is er een aparte microsite, zie CRP en hartrisico.

Lees hierna Het verschil tussen LDL en ApoB ApoB telt het aantal atherogene cholesteroldeeltjes en geeft daarmee een nauwkeuriger beeld van je cardiovasculaire risico dan LDL-cholesterol alleen.

Reken het zelf uit

Meer over dit onderwerp

Begrippen

SCORE2
Europese tabel die het tienjaarsrisico op hart- en vaatziekte schat op basis van leeftijd, geslacht, roken, bloeddruk en cholesterol.
LDL-cholesterol
Cholesterol in 'low-density' deeltjes. Een LDL-meting bepaalt hoeveel cholesterol erin zit, niet hoeveel deeltjes je hebt.
ApoB
Eiwit dat op elk atherogeen cholesteroldeeltje zit. Eén ApoB-meting telt al die deeltjes in één keer.
Lp(a)
Een grotendeels erfelijke vorm van cholesterol. Niet beïnvloedbaar door voeding of beweging. Eénmalig laten meten volstaat.

Recent onderzoek

Alle studies →