Peer-reviewed tijdschrift Risicoscore Frontiers in Psychiatry

Slapeloosheid komt voor bij ruim de helft van mensen met coronaire hartziekte

Origineel: Prevalence and influencing factors of insomnia in patients with coronary heart disease: a systematic review and meta-analysis

In het kort

Een meta-analyse van negentien studies vond dat ruim de helft van de mensen met coronaire hartziekte slapeloosheid heeft. Vooral vrouwen, mensen met depressie of een langere ziekteduur lopen meer risico.

  • Bij coronaire hartziekte komt slapeloosheid voor in 51,8 procent van de gevallen.
  • Vrouwen hadden tweemaal zoveel kans als mannen (OR 2,00).
  • Depressie (OR 2,15) en angst (OR 1,61) waren consistent geassocieerd.
  • Diabetes (OR 1,50) en een ziekteduur van drie jaar of langer (OR 1,73) verhoogden het risico ook.

Belangrijkste bevindingen

Effectgroottes uit de gepoolde meta-analyse, met intervallen waar gerapporteerd.

Prevalentie slapeloosheid
51,8%
Vrouwelijk geslacht
OR 2,00
95% CI 1,58 tot 2,52
Depressie
OR 2,15
95% CI 1,48 tot 3,13
Maagontsteking
OR 2,24
95% CI 1,62 tot 3,11
CHD ≥3 jaar
OR 1,73
Angst
OR 1,61
Diabetes
OR 1,50

Volledige samenvatting

Slaap is een belangrijke maar vaak onderbelichte factor in cardiovasculaire gezondheid. Klinische aandacht bij coronaire hartziekte (CHD) richt zich vaak op slaapapneu; slapeloosheid blijft daarbij ondergediagnosticeerd. Deze meta-analyse uit april 2026 onderzocht hoe vaak slapeloosheid voorkomt bij mensen met CHD en welke factoren het risico verhogen.

Negentien studies met 5928 deelnemers werden gepoold. De prevalentie van slapeloosheid bij mensen met CHD lag op 51,8 procent.

De sterkst geassocieerde risicofactoren waren maagontsteking (OR 2,24), depressie (OR 2,15), vrouwelijk geslacht (OR 2,00) en een CHD-duur van drie jaar of langer (OR 1,73). Angst (OR 1,61) en diabetes (OR 1,50) gaven ook een verhoogd risico.

De auteurs pleiten voor vroege identificatie en behandeling van slapeloosheid bij mensen met CHD, met bijzondere aandacht voor vrouwen en patiënten met een langere ziekteduur. Slapeloosheid is daarbij geen "bijzaak" maar een aanpasbare risicofactor die mee kan tellen in de bredere cardiovasculaire opvolging.

Slecht slapen na een hartinfarct of bij angineuze klachten? Bespreek het bij je volgende huisarts- of cardiologisch consult.

Belangrijkste punten

  • Bij mensen met coronaire hartziekte heeft 51,8 procent slapeloosheid in de gepoolde analyse van negentien studies.
  • De sterkst geassocieerde factoren waren maagontsteking, depressie en vrouwelijk geslacht.
  • Slapeloosheid hoort tot de aanpasbare factoren die in de bredere cardiovasculaire opvolging passen.

Bron-citaten

Onderstaande Engelstalige passages komen woordelijk uit het abstract. Elke cijfermatige claim in de Nederlandse samenvatting hierboven is hierin terug te vinden.

  1. Nineteen studies involving 5928 patients with CHD were included.
    Results, sample
  2. The overall pooled prevalence of insomnia was 51.8% (95% CI: 0.446-0.590, P < 0.001).
    Results, prevalence
  3. Significant risk factors identified were female sex(OR = 2.00, 95% CI: 1.58-2.52, P < 0.001), anxiety (OR = 1.61, 95% CI: 1.36-1.91, P < 0.001), depression (OR = 2.15, 95% CI: 1.48-3.13, P < 0.001), CHD duration ≥3 years (OR = 1.73, 95% CI: 1.25-2.40, P = 0.001), diabetes (OR = 1.50, 95% CI: 1.45-1.56, P < 0.001), and gastritis (OR = 2.24, 95% CI: 1.62-3.11, P < 0.001).
    Results, risk factors
  4. Clinicians should prioritize early identification and intervention targeting modifiable risk factors (anxiety, depression, diabetes, and gastritis), particularly in female patients and those with a CHD duration ≥3 years.
    Conclusion
Origineel abstract (Engels)

Nineteen studies involving 5928 patients with CHD were included. The overall pooled prevalence of insomnia was 51.8% (95% CI: 0.446-0.590, P < 0.001). Significant risk factors identified were female sex (OR = 2.00, 95% CI: 1.58-2.52), anxiety (OR = 1.61, 95% CI: 1.36-1.91), depression (OR = 2.15, 95% CI: 1.48-3.13), CHD duration ≥3 years (OR = 1.73, 95% CI: 1.25-2.40), diabetes (OR = 1.50, 95% CI: 1.45-1.56), and gastritis (OR = 2.24, 95% CI: 1.62-3.11).